Verslag van Valentijn
De reis door het binnenland is al een gebeurtenis op zich. Van zodra je het levendige maar ook door uitlaatgassen vervuilde Bujumbura verlaat, slingert de weg zich door de heuvels en kom je terecht in een andere, groene wereld. Een wereld van mensen in beweging ook, want overal langs de weg zijn er mensen, te voet en op de fiets. Al is hier de auto koning, iedereen maakt plaats ervoor. We hebben meer dan eens gezien dat kinderen de berm opklauteren uit schrik voor aanstormende auto’s. Temeer omdat er op de meeste wegen geen snelheidsbeperking geldt, je kan hier dus zo hard rijden als je wil! Je ziet hier bovendien vrijwel alleen maar Toyota’s rijden, ze lijken wel een monopolie te hebben. Burundi is zo arm dat weinig inwoners zich een auto kunnen veroorloven, en ze verplaatsen zich op een manier evenredig met hun inkomen: te voet, met de fiets, per busje, per taxi, per 4x4. Wij reizen met de laatste soort en afgezien van het feit dat je zo’n wagen echt wel nodig hebt om de heuvels in te gaan, kan je er niet onderuit, een blanke wordt hier per definitie als (heel erg) rijk beschouwd. Geen wonder in een land dat de twijfelachtige eer heeft om in de top 10 van de armste landen ter wereld te staan. Met 8 miljoen mensen die leven in een land dat net iets kleiner is dan België, is het bovendien één van de dichtbevolkste landen van Afrika. Soms zie je dan ook dat waar we voorbij komen, mensen hun hand ophouden en om geld vragen. Een weliswaar meer welgestelde Burundees zegt hierover later dat de Burundezen een traditie van ‘demander’ hebben, iets wat onderandere in de hand is gewerkt door de massale ontwikkelingshulp in perioden van crisis. Vele grote organisaties zijn of waren hier aanwezig: de UNO, Unicef, het Wereldvoedselprogramma, Artsen Zonder Grenzen enz. En zo’n perioden van crisis zijn er nogal wat geweest. Het land is sinds 1962 onafhankelijk en werd in de daaropvolgende decennia geteisterd door burgeroorlogen, voornamelijk op de breuklijn van de twee belangrijkste etnische gemeenschappen, de Tutsi en de Hutu. Beide partijen hebben zich schuldig gemaakt aan slachtpartijen. De eerste groep vertegenwoordigt maar een kleine 14% van de bevolking, maar heeft jarenlang de macht in handen gehad, de tweede maakt een 80% van de bevolking uit, maar had niet echt een vinger in de politieke en economische pap. De Belgische regering heeft tijdens haar voogdij over Burundi in de eerste helft van de 20e eeuw deze etnische ongelijkheid nog meer in de hand gewerkt. Gelukkig is daar de voorbije 10 jaar verandering in gekomen en de nieuwe verkiezingen zijn een test voor deze nog prille democratie.
Zo zijn we terug bij onze inleefreis beland. Door de verkiezingskoorts die hier op het ogenblik heerst was beslist om niet bij de families te blijven slapen, maar wel bij de partnerorganisaties van Broederlijk Delen (BD), meer concreet in kloosters enz. Achteraf leek niemand daar echt rouwig om, want op zo’n dag krijg je toch wel wat indrukken te verwerken en dan is het goed om ‘s avonds die met elkaar te kunnen delen Waarover later meer door mijn reisgenoten.
Valentijn
Pagina's: 1 2
Vorig artikel: Verslag van Marc MVolgend Artikel: Enkele dagen in Gitega

