Mijnbouw in Sipakapa en groenteteelt in Sololá
Mijn laatste maand in Guatemala kondigt zich aan. Het werd tijd om nog een laatste keer naar het terrein te gaan. Maar vooral, ik heb recente nieuwsberichten nodig voor de website. Want, op 22 februari wordt ie officieel gelanceerd! Ik loop al maanden achter nieuwsberichten te zoeken bij collega’s, maar zij worden nog steeds opgeslokt door het (chemische) meststoffenproject van de overheid. Een project dat overigens tegen één van hun strategische actielijnen ingaat. Op papier klinkt dat zo mooi, “duurzame landbouw", “milieubescherming” en “respect voor moeder natuur", in de praktijk is CONIC er nog niet echt klaar voor. Ik had even genoeg van de stress- en frustratiesfeer op het kantoor en vluchtte naar Sipakapa en Sololá.
Stand van zaken na acht maanden
En wat met het werk, vragen jullie zich wellicht af. Ondertussen staat de teller hier al op acht maanden, nog vier te gaan. Zal het personeel op tijd klaar zijn om de website over te nemen of heb ik tot op de laatste dag van mijn contract zorgen over het bereiken van mijn doelstellingen?
Nieuwe raad van bestuur, onvrede tussen inheemse organisaties
In juli vond de algemene vergadering van CONIC plaats, die na twee jaar een nieuwe raad van bestuur verkozen heeft, zodat er intern een personeelswisseling plaatsvond. Het is een democratische procedure, waarbij iedereen zijn kandidatuur kan stellen, ongeacht zijn kunde en kennis, zolang hij maar een absolute meerderheid van stemmen achter zich weet te scharen. Zo kan een boer die alles weet over zaaien en oogsten, maar weinig over boekhoudkundige cijfers, ineens boekhouder worden van de hele organisatie. Vele kandidaten proberen daarom op voorhand al stemmen te winnen en meestal heeft iedere Maya-etnie een kandidaat in petto, vooral de Q’eq’chi zijn een sterke groep.
Ontruiming van inheemse dorpen
“We gaan naar Izabal, ga je mee?” Hermelindo, de coördinator van het regionale team van CONIC in Izabal, had me die vraag al vele keren gesteld, maar telkens kwam het niet goed uit. Vermits ze deze keer maar voor twee dagen zouden gaan, met auto, en ik het niet al te druk had, ging ik eens horen bij Cesar hoe de vork aan de steel zat, wat ze daar juist gingen doen. Sinds mijn aankomst in Guatemala steek ik niet onder stoelen of banken dat ik naar de Caribische streek wil gaan om de mengeling van Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse invloeden op te snuiven. Cesar vertelde me dat er een ontruiming zou plaatsvinden, nadien zou daar ter plekke een tweede bijkomen, maar dat wisten we toen nog niet. Hij zei dat ik me niet al te veel zorgen moest maken, het zou allemaal wel zonder veel gevaar verlopen. Ik had immers al woeste verhalen gehoord over die ontzettingen van inheemse dorpen: huizen worden in brand gestoken, er daagt een enorme politiemacht op, af en toe vallen er doden en gewonden… Maar volgens Cesar zou het niet zo’n vaart lopen. En dus ging ik vlug overhuis om mijn zak te pakken. Diezelfde namiddag vertrokken we naar Río Dulce, van waaruit we naar de gemeente Chahal gingen, op de grens van de departementen Izabal en Alta Verapaz. Veel Afrikaanse cultuur zou ik die dagen niet zien, wel het leed van twee inheemse gemeenschappen van q’eq’chi families.
De video die president Colom beschuldigt van moord
“De rijken protesteren tegen de president van Guatemala. Dat ze leren protesteren is een goede zaak, we zien ze anders nooit op straat manifesteren,” aldus Pedro Esquina, algemene coördinator van CONIC. De reden dat de rijken de straten inpalmden vorige week, is dat één van hen, advocaat Rodrigo Rosenberg, op 10 mei vermoord werd, toen hij vlakbij zijn huis in de residentiële zone 14 een fietsuitstapje maakte. De moord op zich lokte niet zoveel commotie uit - elke dag worden er gemiddeld 17 mensen vermoord in Guatemala - wel de video die achteraf werd uitgebracht en die Rosenberg een aantal dagen voor zijn dood had opgenomen. In de video stelt hij de president en zijn echtgenote verantwoordelijk voor zijn dood. “Als u deze video bekijkt, wil dit zeggen dat ik vermoord ben,” opent de advocaat zijn videoboodschap.
Als 'mojada' de grens over
Ik zit ondertussen al twee maanden in Guatemala en heb drie terreinbezoeken achter de rug. Een hele beproeving voor mijn gezondheid - ik ben al vijf kilo afgevallen - maar enorm interessant. Bij mijn laatste terreinbezoek in Huehuetenango, zo’n zes uren rijden van Guatemala City, zat ik in de verste noordwestelijke uithoek van Guatemala. In een bergdorp waar schapen met een dikke pels worden rondgeleid door vrouwen, een eeuwige mist hangt, regen en kou door de huid gaat en mannen met leren jassen rondlopen. Het enige dat men in de bergen rond Huehue kan kweken, zijn aardappelen. Toen ik bijna flauw viel van de honger - het was al 17u en het laatste wat ik had gegeten was een zakje Tortrix (nachochips die bekender zijn dan Lays hier) om 12u, na ontbeten te hebben om 5u30 ’s ochtends vooraleer op de bus te springen naar Huehue - smaakten de lokale frieten heerlijk, net zoals de geïmporteerde soep met spaghettislierten. Toen ik nadien nog zo’n twee uren in een hobbelige bus zat, beklaagde ik me de frieten en soep, die tot in mijn keel bleven hangen en net niet naar buiten spoten.
“CONIC is de enige inheemse boerenorganisatie die de hoofdstad lam kan leggen”
Nog geen twee weken na aankomst in Guatemala, werd ik al meegesleurd in de nationale optocht van CONIC, de organisatie waar ik een jaar vrijwilligerswerk zal doen. “Nu pas ben je gedoopt", grapten een aantal collega’s. Hieronder volgt het relaas van de manifestatie.
Met duizenden waren ze. Tienduizenden. Soms zag je noch het einde, noch het begin van de stoet. Vrouwen, mannen, jong en oud, liepen uren onder de brandende zon met één doel voor ogen: het parlement en de president tot toegiften dwingen. Vanuit de vier windstreken palmden ze het politieke en historische centrum van de Guatemalteekse hoofdstad in. En ze kregen de belofte van het parlement en de president dat zij meer aandacht zullen besteden aan hun problemen.